Verkeersschool 4U
Waar service en vriendelijkheid heel normaal is
Theorie weetjes

 

Belangrijke punten theorie:

 

 

 

1. Op de fietspad en fietsstrook mogen alleen fietsers en snorfietsers rijden.

 

 2. Alarmnummer is 112.

 

3. Rijbewijs is 10 jaar geldig.

 

4. Alle betrokkenen bij een aanrijding moeten blijven wachten.

 

(Plaats niet verlaten voordat alle gegevens zijn genoteerd.)

 

5. Bus voor laten gaan alleen binnen bebouwde kom.

 

6. Rode reflectoren zijn alleen aan de rechterzijde van de weg.

 

 7. Witte reflectoren zijn alleen aan de linkerzijde van de weg.

 

8. Het profiel van de banden moet minimaal 1,6 millimeter bedragen.

 

9. 2 seconden afstand houden bij alle snelheden.

 

10.Gemiddelde reactietijd van een bestuurder is 1 seconde.

 

 11. Vlakafstand is altijd 2 seconden.

 

12. Vlakafstand bij 100 km per uur is 55 meter.

 

Altijd de helft van de snelheid.

 

13. Kleur van tijdelijke markeringen is altijd geel.

 

14. Rijden met kopie van rijbewijs is altijd verboden.

 

15. Met rijbewijs B mag je 8+jezelf (9 totaal) vervoeren.

 

16. Je mag niet rijden als je ontzegt bent van het rijbevoegdheid. Fietsen is wel

 

toegestaan.

 

 17. Uitstekende lading dat alleen met een rode vlag is gemarkeerd is niet toegestaan. Het moet met een rood/wit gestreepte bord worden aangegeven.

 

18. Het is niet toegestaan om in een auto zonder buitenspiegels te rijden. (Zowel rechts als

 

links.)

 

 19. Maximum lading aan de zijkanten van een auto is 20 cm. (Zowel rechts als links.)

 

20. Uitstekende lading aan de voorkant van een aanhanger is niet toegestaan.

 

 

 

1. Gordels zijn verplicht zowel voor als achter.

 

2 Brandstof kan worden bezuinigd worden door cruis control te gebruiken.

 

 3.Rijden met open ramen gebruikt meer brandstof.

 

 4. Rijden met skybox gebruikt meer brandstof omdat je auto zwaarder wordt en wind tegen

 

     krijgt.

 

5. Minder toeren minder benzine. Minder gas geven is minder brandstof verbruiken.

 

6. Het is slecht voor het milieu om in de winter uw auto warm te laten lopen.

 

7. Ook langs het water draag je gordel om tijdens het rijden.

 

8. Geneesmiddelen met een gele sticker beïnvloeden het rijvermogen.

 

 9. Bestuurders mag niet meer dan 0,2 promille alcohol.

 

10.Na een aanrijding met een fietser die een kromme been heeft niet aanraken maar 112 bellen.

 

 11. Het rijden met een beperkt onderbeen brengt risico’s met zich mee tijdens het rijden. U mag dus niet rijden. (GIPS BEEN)

 

12. Een glas alcohol is in uw lichaam binnen 1,5 uur verwerkt. 13. NIKS kan de afbraak van alcohol in uw bloed versnellen.

 

14. U mag geen alcohol test niet weigeren op grond van geloof. U bent verplicht om mee te werken.

 

 15. Voor alle inzittende is het belangrijk dat het hoofdsteun goed is ingesteld. Dit geldt ook voor alle weggebruikers.

 

16. Als passagier na een aanrijding pijn in de nek heeft niet aankomen

 

laten zitten. Je weet niet wat voor gevolgen dit kan hebben.

 

 17. Na een ongeval waarbij er een bloedwond is mag u met een kledingstuk de bloeding stoppen.

 

18. Het trekken van een beladen aanhanger heeft invloed op verlichting van uw auto

 

19. Als er een vrachtwagen op een kruising rijdt en een bocht wil maken moet men tijdig stoppen om voldoende ruimte aan de vrachtauto te geven.

 

 20. Een Brom mobiel kunt u zowel binnen als buiten

 

een bebouwde kom verwachten.

 

. U mag geen 40 KM per uur achter een tram rijden.

 

22. Een tegenligger haalt u in. U weet dat hij het niet red. Wat doet u? Snelheid verminderen.

 

23. Afstand tussen hoofd en het hoofdsteun is zo klein mogelijk.

 

24. Wat doet u als een deel van de autogordel tegen de hals van het kind gaat? Zitting verhoging gebruiken.

- wat is een autoweg (bord, snelheid, wegconstructie)

- wat is een autosnelweg (bord, snelheid, wegconstructie)

- bebouwde kom (bord, snelheid)

- buiten de bebouwde kom (bord, snelheid, wegconstructie)

- alcoholgebruik

- motorvoertuigen + uitzonderingen

- borden!

<-- leer ze goed - geregeld kruispunt, gelijkwaardig kruispunt voorrangsituaties

<-- leer goed hoe dit in elkaar steekt, niet moeilijk

- inhalen, altijd van links, bij sommige uitzonderingen van rechts (leer die uitzonderingen) 

- lading

-- leer hoe het zit met aanhangwagen (snelheid) en als je goederen op je auto wil spannen (lengte)

- parkeren en stilstaan, waar mag het en waar niet .

1. Bij bijzondere manoeuvres zoals vertrekken, keren, omdraaien, parkeren moet je alle weggebruikers voor laten gaan.

2. Binnen bebouwde kom bus die vertrekt van een bushalte, voor laten gaan.

3. Op een autoweg mag je nooit keren of achteruit rijden. 

4. Wie mag u niet hinderen bij uitstappen? Alle weggebruikers. 

5. U wilt met een snelheid van 40 KM per uur een autoweg invoegen. Mag dat? Nee. U moet minstens 60 KM per uur rijden.

6. Invoegen op de snelweg doe je met minstens 80 KM per uur.

7. Bij het verlaten van een woonerf moet je alle weggebruikers voor laten gaan.

8. Op een eenrichtingsweg mag u niet achteruit rijden.

9. Voor een touringcar gelden dezelfde regels als die van een bus zowel binnen als buiten de bebouwde kom wat voorrang betreft.

10. Bij links afslaan sorteer je zoveel mogelijk links bij de streep.

11. Bij rechts afslaan sorteer je zoveel mogelijk rechts.

12. Op een kruispunt niet inhalen of van rijstrook wisselen. Meestal is er een doorgetrokken streep.

13. Van rechts mag u inhalen bij file, op of voor een rotonde, rechts van een blokmarkering, en als een andere bestuurder voor gesorteerd staat om links af te slaan en daarbij richting aangeeft. .

14. Op zebrapad is het verboden om in te halen.

15.VLAKAFSTAND 2 SECONDEN. 

16. REACTIETIJD 1 SECONDE. 

17. Alle vragen waar NU in voorkomt is het antwoord NEE.

18. Als je een auto met een aanhanger bestuurt mag je de regels van een vrachtauto volgen.

19. Auto met een aanhanger mag niet sneller dan NIET sneller dan 80 KM rijden, uitzonderingen zijn snelweg en autoweg, daar mag een auto met aanhanger 90 KM per uur.

1. Autosnelweg = 130 KM Autoweg = 100 KM Buiten bebouwde kom = 80 KM zone = 60KM

Binnen bebouwde kom =50 KM - zone = 30 KM - ERF = 15 KM

2. Een vierkant matrix bord is een officiële maximum snelheid bord.

4. Een passagier in en uit laten stappen is toegestaan: Bushalte; Taxi parkeerplaats; Invalide parkeerplaats; Laden en lossen plaats; Bij een geel onderbroken streep.

 5. U mag een passagier NIET op de volgende plaatsen laten uitstappen, instappen of

goederen lossen en laden: Op een fietspad; Bij een doorgetrokken gele streep; Bij een

rijbaan naast een bus-strook of busbaan; Autosnelweg; Autoweg.

6. Bij een vraag tijdens het examen over DIMLICHT altijd JA kiezen. Voorbeeld:

Je mag niet met groot licht rijden. Je mag niet met mistlicht rijden.

ALTIJD DIMLICHT AAN IN NEDERLAND.

7. Als het zicht minder dan 50 meter is moet mistlicht aan. 

8. Wanneer laat je een voetganger voor gaan?

 REGEL: Als je borstkast of rug van de voetganger ziet gaat hij altijd voor. Als je zijkant van de voetganger ziet ongeacht links of rechts heeft hij geen voorrang.

UITZONDERING: Op Voetgangers oversteek plaats en uitrit.

9. ERF. Einde erf moet je iedereen voor laten gaan. Binnen de erf gelden gewone regels.

10. Binnen de erg mag je alleen parkeren in de parkeervakken.

11. Blauwe vierkante bord geeft advies snelheid aan.

12. Eenrichtingsweg als het bord blauw is. Als het bord geel is betekent dit een Omleiding. En het heeft niks met eenrichtingsweg te maken.

13. Bij een blauwe eenrichtingsverkeer bord, waaronder op het bijzetbordje staat “Uitgezonderd fietsers en brom fietsers” kun je alleen fietsers en brom fietsers tegemoetkomen.

14. U wilt een ruiter inhalen. Wat is veilig? Snelheid verminderen en afwijken.

15. Kunt u door goed te anticiperen uw stop afstand verkleinen? Ja.

16. Met een snelheid van 70 KM mag je NIET achter een brommer rijden.

17. U rijd op de snelweg en u ziet plotseling een stilstaande file. Wat moet u doen? Waarschuwingslichten aanzetten en rustig afremmen.

1. Bij een gelijkwaardige kruispunt hebben bestuurders van rechts voorrang.

2. Kortere bocht heeft altijd voorrang voor een langere bocht.

3. Bij een gelijkwaardige kruispunt vertrekt eerst degene die aan de rechte kant van zich de weg vrij heeft en daarna gaat de eerste van zijn linkerkant en zo verder. REGEL: Rechtdoorgaand verkeer op dezelfde weg heeft altijd voorrang.

 4. Een tram gaat altijd door. Ook wanneer deze afslaat. Behalve als de tram “haaientanden” voor zich heeft, verkeerslichten of een voetgangers oversteekplaats.